donderdag 29 september 2011

Weet wat je eet (pt.1)

Eten. Of je nu rijk, arm , groot, klein, blank of zwart bent: we moeten het allemaal. Daar waar wij ons echter vaak druk maken over wat we vanavond nou toch weer moeten eten of wat er deze week in de bonus is, zijn er tegelijkertijd ook heel veel landen waar alleen maar gedroomd kan worden van een supermarkt en waar honger de dagelijkse gang van zaken is.

Op 16 oktober is het Wereldvoedseldag. Tijd om de economische crisis eens even te laten voor wat hij is, en stil te staan bij de plek waar op dit moment wellicht een nog veel belangrijkere crisis gaande is: onze voedselindustrie.

Weet wat je eet. Het is een slogan die vrijwel iedereen van ons wel zal kennen. Hoe leuk dit echter ook mag klinken; hebben we tegenwoordig nog wel een idee van wat we eten, of waar ons eten vandaan komt? De tijd dat we rechtstreeks naar de boer gingen om onze aardappelen, groentes en stukken vlees te halen is voorbij. De ingrediënten voor onze dagelijkse maaltijd komen tegenwoordig voornamelijk uit de supermarkt, waarbij het geen uitzondering is dat veel van deze producten van overal ter wereld vandaan komen.

Afgelopen zaterdag zag ik op het Nederlands Filmfestival de documentaire 'Smakelijk Eten. Hoe voedsel de wereld verandert'. In deze documentaire wordt ingegaan op het feit dat er tegenwoordig een wereld aan voedsel het hele jaar op ons bord te verkrijgen is. We eten peultjes uit Kenia, gekweekte garnalen uit de Filippijnen, en het lapje vlees dat ’s avonds aan onze vork prijkt is gevoed met sojabonen verbouwd in Brazilië. Heel fijn natuurlijk, al die variatie, maar wat we vaak niet weten, zijn de gevolgen die deze vraag naar variatie voor andere landen heeft. Zo zorgt onze vraag naar soja ervoor dat in Brazilië honderden hectares regenwoud worden gekapt en wordt er voor de sappige peultjes in de supermarkt zoveel water gebruikt, dat de rivier waarnaast deze plantages staan droog komen te liggen, waardoor de lokale boeren stroomafwaarts niets meer overhouden om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.

Eén van de grootste misverstanden in de voedselindustrie is dat er honger is omdat er een tekort is aan voedsel. Het is echter niet de schaarste aan voeding die de oorzaak is van alle honger (gemiddeld genomen wordt er wereldwijd voldoende voedsel geproduceerd voor alle mensen *bron*), maar het simpele feit dat wij het hele jaar door zo goedkoop mogelijk alles willen kunnen eten wat we willen. Uitbuiting en landjepik zijn aan de orde van de dag. Want als we het hier niet kunnen verbouwen, dan doen we het toch lekker ergens anders? Dat hierdoor wel duizenden boeren hun huis en land moeten afstaan, dat is maar bijzaak. Zolang wij ons feestmaal maar op tafel kunnen zetten, is er niets aan de hand. We zeggen ‘eet smakelijk’ en hebben geen idee dat we met iedere hap ook een deel van de maaltijd van iemand anders naar binnen werken. Niet gek dus dat Oxfam Novib onlangs een actie is gestart met de veelzeggende titel: 'We eat Africa'.

Honger is echter niet het enige gevolg die de massaproductie van voedsel met zich meebrengt. Naast de mensen die hun voedsel, huis en land voor ons afstaan, zijn er ook duizenden mensen die onder erbarmelijke omstandigheden ons voedsel moeten produceren. Een goed voorbeeld hiervan is de BBC serie ‘Blood, sweat and takeaways’, waarin zes Britse jongeren naar Indonesië en Thailand afreizen om daar een maand lang onder dezelfde condities als de lokale arbeiders in diverse voedselfabrieken te werken. Ooit gezien hoe tonijn in een blikje terecht komt? Ik kan je zeggen; nadat je deze serie hebt gezien denk je nog wel even tien keer na, voordat je klakkeloos je pizza tonno in de oven schuift. Met lange werkdagen, lage lonen en slechte omstandigheden, wordt pijnlijk duidelijk hoe de westerse vraag naar goedkoop voedsel hardnekkig bijdraagt aan de uitbuiting van de lokale bevolking elders.

Meer, goedkoop en altijd verkrijgbaar. Eten is inmiddels al lang geen eerste levensbehoefte meer, maar eerder een plastisch en commercieel product. Het is een machtsmiddel geworden, waarbij het er niet om gaat om zoveel mogelijk monden te voeden, maar om geld te verdienen over de hongerige rug van anderen. De een zijn dood is de ander zijn brood. En terwijl er aan de andere kant van de wereld honger geleden wordt, weten wij ons met het enorme aanbod geen raad en gooien we uiteindelijk een derde van ons voedsel weg.

Geld kun je niet eten, wordt er wel eens gezegd. En hoewel ik begrijp dat bovenstaande wereldproblematiek niet 1-2-3 opgelost kan worden, zouden we voor de verandering wel de moeite kunnen nemen om af en toe eens stil te staan bij het eten dat iedere dag op ons bord ligt. Kijk bijvoorbeeld eens op de verpakking voordat je een tros bananen koopt. Of kies een keer voor fair trade in plaats van voor goedkoop. Het klinkt misschien als een druppel op de gloeiende plaat, maar als niemand een druppel laat vallen, dan gebeurt er natuurlijk nooit iets. Eten is er voor ons genoeg en honger zullen we niet snel lijden. Het enige dat wij dan ook kunnen doen, is een goede en bewuste keuze maken, zodat we niet ook andermans bord leegschrapen.


vrijdag 23 september 2011

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg

Gisteren kreeg een collega van mij de vraag: wat is jouw gekke gewoonte? Op zich geen hele rare vraag (naar mijn mening heeft iedereen wel een gekke of vreemde gewoonte), maar over de antwoorden bleken de meningen nogal te verschillen. Want tja, wat is nou eigenlijk een ‘gekke gewoonte’?

Alleen op de witte strepen van het zebrapad lopen, op een bepaalde manier een appel eten, niet kunnen slapen voordat de gordijnen echt goed dicht zitten: het zijn allemaal voorbeelden van gewoontes die door jou of mij als ‘gek’ bestempeld kunnen worden. En met ‘gek’ wordt in dit geval bedoeld: anders dan gewoon. De vraag is alleen: wanneer is iets anders dan gewoon? Wanneer wordt een ‘gewone gewoonte’ een ‘gekke gewoonte’?


Voorbeeld: ik houd heel erg van appelstroop. Wanneer ik dit gewoon op mijn boterham zou smeren, dan zou er wat betreft deze gewoonte niets aan de hand zijn. Vertel ik er echter bij dat ik bovenop die appelstroop ook nog een plak kaas leg, dan beginnen er hier en daar al wat wenkbrauwen te fronsen. Laat ik dan vervolgens ook nog vallen dat ik bovenop die plak kaas graag nog wat plakjes tomaat en komkommer plaats, of dat ik de appelstroop ook prima weet te combineren met een plakje kipfilet of gerookte zalm, dan kun je er zeker van zijn dat ik in één klap ben gedegradeerd van de categorie ‘normaal’ naar de categorie ‘gek’.

De grens tussen ‘goed’ en ‘gestoord’ is vaak erg dun. Wat voor de een vreemd is, is voor de ander doodnormaal. Zo keek geen van mijn collega’s er raar van op toen ik aangaf altijd eerst de binnenkant van de pizza te eten en dan pas de korstjes, maar was het feit dat een andere collega altijd eerst een kauwgompje nam voordat ze ging roken toch echt wel een beetje aan de gekke kant. Ik denk dan ook dat het maar net is waar je gewend aan bent. Een gewoonte heet niet voor niet een ‘gewoonte’. Het is een handeling waar jij en eventueel je directe omgeving vertrouwd mee is geraakt, waardoor het een plaats heeft gekregen in je normale manier van doen. Zo reikt Vriendje Nooit Genoeg me iedere ochtend de felbegeerde pot met stroop zonder blikken of blozen aan en hebben ook mijn ouders mijn gewoonte geaccepteerd door in ieder geval altijd standaard een pot in de kast te hebben staan voor het geval ik op bezoek kom.


Natuurlijk zijn er wel degradaties in de gekheid van gewoontes. Zo is die appelstroop van mij is nog wel enigszins als ‘goed gek’ te accepteren, maar wordt het een andere zaak als ik bijvoorbeeld zou opbiechten dat ik stiekem graag stoepkrijt eet, zoals een meisje in het BNN programma ‘Van de gekke’. Ook moet een gekke gewoonte ook niet verward worden met een tic, waarbij je iets niet uit de macht der gewoonte doet, maar omdat het voor je gevoel niet anders kan. Daar waar je een gewoonte nog wel redelijk makkelijk af kunt leren, komt een tic voort uit oncontroleerbaar dwangmatig gevoel waarbij de drang om het te doen sterker is dan de wil om het te stoppen.

Gelukkig is mijn appelstroopliefde zeker nog tembaar en kan ik ook prima slapen als ik per ongeluk toch eerst de korstjes van de pizza heb gegeten. En ok, dat ik inderdaad echt liever nog even uit mijn bed stap om de gordijnen goed dicht te doen omdat ik anders niet kan slapen, daar mogen jullie van denken wat je wilt. Maar ik zeg: beter een gekke gewoonte dan gewoon helemaal gek!

woensdag 7 september 2011

You've got (real!) mail

'Als ik een ding zou mogen wensen,
 dan wenste ik iedere dag een brief.
 Zo een waar met pen op staat geschreven,
 dag mooi mensje, ik vin jou lief.'

In een tijd waarin we nieuwtjes delen via de sms, verhalen sturen per e-mail, conversaties voeren op de chat, onze mening geven op twitter en met elkaar in contact komen via Facebook; zou ik bij deze graag een oproep willen doen voor de comeback van het sturen van échte post. En nee, ik heb het in dit geval niet over het jaarlijkse vakantiekaartje of de handgeschreven kerstgroet (dan komen we er namelijk wel erg makkelijk vanaf), maar juist over de dagelijkse correspondentie waarvan de uitwisseling vrijwel alleen nog maar via digitale kanalen bestaat.

Kan jij je nog herinneren wanneer je voor het laatst spontaan een kaartje ontving? Een brief van je beste vriendin? Of een handgeschreven liefdesverklaring? Communicatie via de computer, telefoon of internet gaat tegenwoordig zo makkelijk, snel en goedkoop, dat we haast bijna zouden vergeten dat we vroeger nog echt moeite deden om met iemand op afstand in contact te komen. Er moest briefpapier gekocht, postzegels, wellicht een speciale pen. En dan zitten maar en schrijven. Eerst een kladje, daarna het echte werk. Zorgvuldig, op de lijntjes en zorgen dat je geen inktvlekken maakt. Dan rennen naar de brievenbus - net op tijd! - en dan kon het wachten op antwoord beginnen.

Echte post versturen is spannend en brengt een hoop opwinding met zich mee. Toen ik op 11-jarige leeftijd verhuisde naar een nieuw dorp, onderhielden mijn beste vriendinnetje en ik een ware ketting-correspondentie per post. Zij stuurde mij een brief en zodra ik deze ook maar uit de brievenbus had gevist, rende ik naar mijn eigen bureau en zorgde ervoor dat diezelfde middag weer een brief naar haar op de post ging. Tientallen enveloppen vielen er gedurende die tijd op mijn deurmat. Enveloppen met roze briefpapier, groene glitters, plaatjes uit popmagazines, roddels uit de buurt, stickers van onze idolen. Het was net alsof er iedere dag een klein cadeautje op mij lag te wachten. Een persoonlijk cadeau speciaal voor mij, verpakt in een envelop met daarop in sierlijke letters mijn naam.

Ik heb ook nog een tijdje een penvriendin (bestaat dit begrip tegenwoordig überhaupt nog wel?) uit Suriname gehad. Deze brieven kwamen niet zo vaak als de brieven die ik daarvoor had ontvangen, maar dat maakte ze niet minder speciaal. Op deze post zaten namelijk exotische postzegels en ze brachten mij verhalen van een wereld die ik niet kende. Natuurlijk is dit tegenwoordig allemaal hartstikke achterhaald en ligt de hele wereld met één druk op de knop aan je voeten. Maar geeft me niet die charme en opwinding die ik voel wanneer ik de postbode richting mijn deur zie lopen met een stapel brieven voor mij bestemd.

Alles moet goedkoper, makkelijker, efficiënter en sneller. Het is fijn natuurlijk dat dit tegenwoordig ook kan, maar het maakt veel dingen helaas ook vluchtiger. Daar waar ik tot ongeveer 13-jarige leeftijd een schoenendoos onder mijn bed had staan met daarin een verzameling van allerlei soorten brieven die ik ontving, is het enige 'tastbare' wat ik nu aan correspondentie heb; een overvolle inbox en een telefoon waarin speciale smsjes staan opgeslagen in een mapje.

De tijd van het ambachtelijk brieven schrijven lijkt voorbij. Liefdesverklaringen worden op Valentijnsdag verstuurd met een e-card, gelukkig Nieuwjaar wensen we elkaar per sms en papieren uitnodigingen voor feestjes, daar begint al helemaal niemand meer aan. En hoewel ik eraan meedoe en e-mail een ontzettend fijn en handig medium vind, kan ik mij er toch niet aan onttrekken dat het soms toch knaagt; zo'n lege brievenbus.

Dus vandaar deze oproep. De oproep om voor één keer de computer of telefoon opzij te leggen en de tijd te nemen om eens echt met aandacht voor iemand een boodschap achter te laten. Het hoeft niet iets bijzonders te zijn (hoeveel bijzondere dingen vertellen we normaal gesproken immers in een mail of sms?), als je er maar even de moeite voor hebt genomen. Vertel bijvoorbeeld je beste vriendin die laatste roddel, of laat je opa en oma weten dat je binnenkort weer eens langs komt. Kort, lang, per brief of kaart; het maakt mij allemaal niet uit. Zolang het maar handgeschreven is en er een postzegel op zit.

Dus koop van je beltegoed wat postzegels, schrijf je sms in een kaart, zend je e-mail in een brief, stop je tweet in een envelopje, en nodig je Facebook-vrienden uit om een gezamenlijke kettingbrief te starten. En wie weet, ligt er straks ook wel bij jou een klein handgeschreven cadeautje op de deurmat.

woensdag 24 augustus 2011

Toevallig verdwalen: De sleur voorbij

Nu het einde van de zomer nadert (voor zover deze ooit begonnen is), de vakanties weer voorbij zijn, de scholen weer begonnen, en we met zijn allen onze teenslippers weer verruilen voor ons werkkloffie, ligt hij op de loer: Het punt dat we zoveel mogelijk willen vermijden, maar vaak toch steeds weer in vervallen. Het ritme waarvan we het liedje kennen, maar waarbij het ons niet lukt om er een keer een andere tekst op te bedenken. De roes die ons aangenaam in sluimerstand houdt, maar waar bijna geen wekker tegen is opgewassen. Ik heb het over onze grote metgezel én grote angst: De Sleur.

Sleur. We hebben er allemaal wel eens, zo niet dagelijks, mee te maken. We staan 's ochtends op, gaan naar ons werk, doen onze dagelijkse boodschappen, kijken tv en gaan op tijd weer naar bed. Veel dingen die we doen gaan op de automatische piloot, waarbij routine het toverwoord is. We fietsen iedere dag dezelfde weg naar het station, gaan op dezelfde tijd lunchen, kopen in dezelfde supermarkt dezelfde producten en spreken met dezelfde mensen in dezelfde cafés af.


We denken er vaak niet bewust bij na en op zich is het ook niet altijd erg om in een bepaald ritme te zitten. Gewoontedieren die we zijn, geeft onze dagelijkse routine ons houvast en bespaart het ons bovendien tijd en energie. Niet verkeerd in een snelle samenleving, waarbij alles draait om geld en efficiency. De vraag is echter of we er ook zelf wel echt zo blij mee zijn.

Wie in het woordenboek het woord 'sleur' opzoekt vindt daar onder andere de volgende betekenissen: '(dagelijkse) routine', 'gewoonte' én 'iets dat je zo vaak doet dat het vervelend geworden is'. De scheidslijn tussen wanneer iets van 'nuttige routine' naar 'slepende sleur' is gegaan, is echter maar dun. Sleur ontstaat namelijk niet plotseling, maar doet geluidloos zijn intrede. Listig, snel, lastig te grijpen en nog moeilijker van los te komen. Hij is er dagelijks bij en bepaalt daarmee,  zonder dat we het doorhebben, een groot deel van ons leven.

Het kan echter ook anders. Zo las ik onlangs in het juninummer van het Psychologie Magazine het volgende artikel: 'Meer toeval in je leven: een persoonlijk experiment'. In dit artikel gaat redacteur Manon Sikkel de uitdaging aan om een week lang haar dagelijkse routine los te laten en in plaats daarvan het toeval in haar leven toe te laten. Zo stapt ze na werk in een willekeurige trein en blijft daar tot aan het eindstation in zitten. Ook laat ze haar 'lot' - net zoals  de Dice Man -  voor een dag door de cijfers van een dobbelsteen bepalen en loopt ze in de supermarkt achter de eerste klant voor haar aan om precies dezelfde producten in haar mandje te stoppen (en zo die avond haar gezin een maaltijd van diepvrieslasagna en halve literblikken bier voor te schotelen). Het conclusie na de eerste 24 uur van dit experiment? Een overweldigend gevoel van vrijheid en het gevoel op vakantie te zijn geweest. Zoveel leuke ontmoetingen en onverwachte plekken; waarom doet ze dit eigenlijk niet vaker?

Een ander artikel waarin de sleur als uitgangspunt wordt genomen, is het stuk dat afgelopen juli in Vrij Nederland stond: 'Van A naar Onbestemd'. Schrijfster Annemieke Leclaire gaat in dit artikel in op de manier waarop wij ons iedere dag volgens dezelfde routes en paden naar onze standaard bestemmingen begeven. Standaard route A naar de supermarkt en standaard route B naar de sportclub. We wijken zelden af van de wegen die we kennen, maar wat nou als we deze routine loslaten en onszelf letterlijk eens op een 'dwaalspoor' zetten? Er zijn meer wegen die naar Rome leiden, dus waarom niet eens de snelste route naar het station pakken, maar bijvoorbeeld de groenste route. Of doe een 'achtervolgingswandeling' en kies een doelwit (persoon, geluid) dat je volgt. Hoe meer je dwaalt, hoe meer je ziet en zo kan het zomaar zijn, dat je er ineens achter komt dat je eigen buurt veel meer verborgen paden en wegen heeft dan je ooit had gedacht. En mocht je zelf niet zo creatief zijn in het verzinnen van 'dwaalsporen', dan is er altijd nog de handleiding 'Dwalen voor beginners'.


Dus, mocht je deze week al zittend in de file of starende naar je beeldscherm de hete adem van De Sleur in je nek voelen: pak dan zijn tegenpool Het Toeval erbij en (ver)dwaal net zo lang totdat het spontane de routine heeft verdreven.

Hieronder ter aanvulling nog enkele tips (meer suggesties welkom!):
- Nodig een onbekende op straat uit voor een kop koffie
- Speel toerist in eigen land en vraag aan een voorbijganger welke bezienswaardigheid je echt niet mag missen
- Wissel van lunch met een collega
- Ruil in de supermarkt een willekeurig product met een andere klant
- Ga spontaan bij een van je vrienden op bezoek
- Kies tijdens een etentje alleen gerechten waar een bepaalde kleur in zit (bijvoorbeeld rood)
- Maak een wandeling waarbij je afwisselend steeds de eerste weg rechts en links slaat
- Zeg eens een hele dag op alles 'ja'
- Beantwoord al je spam met een vriendelijke reactie

zondag 14 augustus 2011

Mijn eerste 'Doto': verslag van (letterlijk) een wandelGEK

Waarschuwing: Mocht iemand je ooit mee vragen voor een nachtje stappen en doorhalen in Bornem, België. Niet doen! Laat je er niet inluizen! Voor je het weet zit je namelijk vast aan een 21 uur lange waanzinstocht en dat heeft niets met muziek of danspasjes te maken...

Het begon allemaal afgelopen vrijdag, 12 augustus, 21:00.
Een paar uur eerder waren we al aangekomen in Bornem voor een flinke pastamaaltijd en om ons geestelijk voor te bereiden op wat er komen zou. Nog fris, fruitig, pijnvrij en vooral..onwetend. En dat is misschien maar goed ook. Dat 100 km namelijk ver is, dat hoef ik niemand te vertellen. Maar om ook daadwerkelijk te ervaren hoe ver 100 km is, dat is een heel ander verhaal! Hoe dat namelijk is en vooral voelt, dat kun je bijna niet uitleggen. Dat moet je zelf meemaken.

En zo stonden we dus rond 20:30 bij de start. In de rij. Jaja, wie dacht dat er slechts een zeer beperkte groep gekken is die zich aan dit soort gestoorde uitdagingen waagt heeft het goed mis. Wij maakten namelijk deel uit van een gezelschap van ruim 10.000 wandelaars (ter illustratie: dat is een ongeveer een kwart van de Vierdaagsedeelnemers). 10.000 mannen en vrouwen met allen hetzelfde doel: die 100 km halen. We stonden dus misschien wel voor 'gek', maar in ieder geval niet alleen.

Tien minuten voor de start. De sfeer is lichtelijk gespannen en ook wel een beetje opgefokt. Als ongeduldig trappelende paarden staan we te wachten tot eindelijk dat startschot klinkt en we mogen gaan lopen. Dat het inmiddels ook is begonnen met regenen en de eerste poncho's uit de tas zijn getrokken, maakt dit gevoel er alleen maar sterker op. Ik wil niet meer stilstaan, ik wil lopen (na meer dan 75 km zou deze uitspraak overigens veranderen in: ik wil niet meer lopen, ik wil stilstaan, of nee - nog beter - zitten!).
En dan klinkt het eindelijk, het startschot! We mogen gaan! Eerst nog langzaam in de file het dorp uit en dan langzaam op tempo komen, de lange (en gelukkig inmiddels ook droge) nacht in. Ja, want los van die vele kilometers die je als 'Doto'er' moet uitstappen, is vooral ook dit het verraderlijke van deze loop: de hele nacht doorhalen, niet slapen en dan tegen de ochtend er nog steeds nog lang niet zijn. Niks je bed in na een nacht stappen, gewoon doorlopen!

En dat is wat we deden. Doorstappen. Over dijken, door bossen, langs dorpen. En in die dorpen zaten zowaar mensen om ons aan te moedigen! Wat fijn! Eerder was me verteld dat ik vooral geen 'Nijmeegse taferelen' moest verwachten, maar dit viel me allezins mee. Tot zeker 5:00 's ochtends kwamen we ze tegen. Mensen met kaarsjes, kaasjes en wijn. Genietend van al die gekken die voorbij kwamen. Zij blij, wij blij. Een win-win situatie zou ik zo zeggen.
Verder was de nacht vooral donker met af en toe goed kijken waar je je voeten neerzet. Gelukkig hadden we hoofdlampjes en van de organisatie ook nog een haarband met lichtgevende bolletjes gerkregen, waardoor je eigenlijk alleen maar de lichtgevende 'Mickey Mouse' voor je hoefde te volgen om op de route te blijven.

De uren gingen voorbij en voor we het wisten was het 3:15 en hadden we er 30 km opzitten. Tijd dus voor een korte rust, een kop thee en een eerste blaarpleister (voor pa). Even zitten, en dan hop weer door. Nog 70 km te gaan en bovendien 2 brouwerijen in het vooruitzicht. Een Belgische tocht zou immers geen Belgische tocht zijn als er geen bier bij komt kijken. En bier kun je krijgen!
Een kleine tien kilometer en 2 uur later waren we er: de Duvelbrouwerij. De eerste plek waar je gratis(!) een half literglas van het gele goud kon krijgen. Een cruciale plek ook, want als je je bedenkt dat het op dat moment langzaam tegen de ochtend begint te lopen en je inmiddels ook al 40km in de benen hebt zitten, dan zou het zomaar kunnen dat een een flink glas bier je op dat moment niet zo goed valt. Het is dan ook niet zo vreemd dat er genoeg wandelaars zijn die het na dit punt (of 10km later bij de Palm brouwerij) opgeven. Ongepland, maar ook gepland. Zo zijn er wandelaars die van tevoren al bedenken om slechts tot de 50km te lopen, zodat ze daarna ongestoord kunnen drinken en zich op kunnen laten halen. Ja, dat kan natuurlijk ook.
Maar wij niet. Wij waren vastbesloten om ook die tweede helft met kilometers vol te maken. Geen bier dus voor ons bij de Duvel, maar een kopje soep en even liggen, even met de beentjes omhoog. Héérlijk! Nog 60km te gaan.

En zoals het gaat met een toch als deze, is er ook hier een mannetje met een hamer die zo af en toe komt kijken of er nog iemand valt te slaan. Ditmaal was het pa, die hij op 50km bij de Palm brouwerij moest hebben. Het was inmiddels licht geworden en met deze overgang van nacht naar dag, zonder slaap en met nog veel kilometers te gaan, kan het zo zijn dat je op een gegeven moment zin krijgt om je ogen dicht te doen. Al is het maar voor héél eventjes. Je hoofd is moe, je lichaam begint moe te worden en dan is er het besef: we zijn pas op de helft..Maar wie a zegt, moet ook b zeggen, dus geen gemekker, doorgaan!

Daar gingen we dus weer. De drie gekken met wandelschoenen aan. Was verbaasd dat ik mij eigenlijk nog best wel fit voelde en dat de slaapdip mij verder nog niet te pakken had gekregen. Natuurlijk voelde ik mijn voeten en benen wel, maar verder...alles liep gesmeerd!
Monter passeerden we dus het 55, 60 en 65 kilometer punt, waarbij we steeds een uur of anderhalf liepen en daarna even kort pauseerden. Niets lekkerder dan tussendoor namelijk even met de beentjes omhoog, het bloed wat  terug laten stromen en je voeten voor een paar seconden niet te voelen.
Maarja, hoe vaak je ook pauseert en hoe goed fit je je qua geest ook voelt, het is gewoon niet te voorkomen dat je op een gegeven moment moe wordt. Hoe verder je loopt, hoe stijver je bent na iedere rust. Steeds opnieuw is het even strompelen, de stijfheid kwijtraken en dan gewoon weer doorgaan.

Het beste is dan ook om niet teveel te denken aan hoe ver je nog moet. Of, zoals in het deelnemersboekje staat: 'Denk niet teveel aan dat getal 100. Denk ik kleine stukjes en geniet ondertussen van de route, de omgeving en het gezelschap.' Nou, nu kan ik jullie veel vertellen, maar genieten van de route en de omgeving doe je na 70 km echt niet echt meer! Überhaupt krijg je weinig mee van de natuur tijdens de tocht. Dat is a) omdat je de eerste helft in het donker loopt en b) omdat je daarna zo moe bent, dat het je echt niet kan schelen wat voor mooie boom er nu weer langs de weg staat. Ja, de route was zeker mooi, maar of ik daar nou veel van heb meegekregen?

Tijd voor een muziekje dus. Niets beter tegen vermoeide benen dan een de balkan beats van Shantel in je oren. In de pas, in de maat, ik kon er weer tegenaan!

Totdat..het begon te regenen. Daar waar we tot nu toe ontzettend veel geluk hadden gehad met het weer, met een droge nacht en aangename temperaturen, begon het nu toch echt met bakken uit de hemel te vallen. En het erge was dat het er niet op leek dat het snel zou ophouden.
Ja, en daar loop je dan. Met 75 km in de benen, in de regen, te zweten in je poncho. Het mocht dan immers wel regenen, maar koud was het niet. Benauwd was het, klam, vochtig. En geloof me, dan is 25km (lees: nog zeker 5 uur lopen) nog lang. Héél lang!

Inmiddels waren we dan ook op het punt beland dat we in de doorzettings- en overlevingsmodus aan waren gekomen. Denken deden we nu in blokjes van 5km. Een uurtje lopen, 10 minuten zitten, een uurtje lopen, 10 minuten zitten.
Bij de controleposten begonnen zich bij het loket 'Afvallers' steeds meer mensen te melden. Anderen lagen uitgeteld op de grond, lieten een traantje, of vielen gewoonweg in slaap op hun stoel, in soms de meest ongemakkelijke houding die je maar voor kunt stellen. De verbeten koppies begonnen hier en daar te hangen, maar er was ook wilskracht. De wilskracht (of was het gekheid?) om tóch door te gaan, tóch weer op te staan en te gáán. Gaan voor die 100 km!

Gelukkig was het na dik 2 uur regen eindelijk weer droog en begon ik me enigzins weer een beetje mens te voelen. Na mijn dipje bij de 75km, voelde ik me op punt 85 weer een stuk beter en begon ik langzaam te beseffen dat we het nu toch wel echt zouden gaan redden. Met nog geen blssures of blaren op de voeten, was ik 'gezegend' met slechts pijnlijke spieren en voeten. Opgeven was dus geen optie meer!

Maarja, ook met nog 'slechts' 15 km (nog drie uur!) te gaan, kan het allemaal nog erg lang duren. Steeds meer begon ik te verlangen naar dat magische cijfer 100, waarvan de aantrekkingskracht met iedere stap groter leek te worden. So close and yet so far away!

Op de route werd het ondertussen steeds rustiger. Letterlijk en figuurlijk. Daar waar eerst nog luidruchtig gesproken werd en af en toe zelfs een bulderende lach klonk, was het nu soms doodstil. Niet praten, niet denken, maar lopen. Lopen. Lopen.
Als in een soort trance werd het ene voetje voor de andere gezet. De glimlach vervangen door een verbeten koppie. Nog maar 10 kilometer! Nog even doorzetten. Ik wil niet, ik wil wel, ik moet! Doorgaan!

En dan wordt het aftellen. Nog 10, 9, 8... Als je mij op dat punt had gevraagd hoe lang een kilometer is, dan had ik je gezegd: Lang! Te lang! Op dit punt denk je namelijk niet eens meer in kilometers, maar in meters, in stappen. Alles om er maar te komen.

En dan..dan is het punt daar. Een spandoek: nog 500 meter tot de finsh! Nog 500 helse meters, maar dan zijn we er! Het punt waar we zo lang op hebben gewacht, waar we zo naar hebben uitgekeken. We hebben het gehaald! 21 uur nadat we in Bornem van start zijn gegaan, zijn we weer binnen. Eindelijk! Ik ben kapot, alles doet pijn, maar we hebben het gehaald! Wat een tocht, wat een ervaring! Het was afzien, maar met vlagen ook genieten. Genieten van de goede organisatie en van het feit dat we het hebben geflikt. Kom maar op met dat doodshoofskruisje! We hebben het verdiend! En we leven nog! Nouja, een beetje dan...Je had me namelijk niet naar de pendelbus en de auto moeten zien strompelen. Na 100 kilometer was het namelijk ook letterlijk klaar. Mijn voeten wilden niet meer en ik had nog maar drie wensen: een bad, een bank en een bed.


En hier zit ik dan. Inmiddels goed uitgeslapen, maar nog wel met de beentjes omhoog. Dit was eens..Nouja, misschien volgend jaar weer. Want daar ben ik wel over uit. Dit is iets dat je maximaal één keer per jaar moet doen.
Dus lieve paps, hoe zeer je mij er ook van probeert te overtuigen dat ik er over een paar dagen wellicht anders over denk. Ik ga over twee weken echt niet nog zo'n stunt uithalen in Goeree-Overflakkee. Ik mag dan misschien wel op je lijken, maar dit is toch echt het 'gekheids-gen' dat ons bij deze scheidt.